artikel uitgelichtMaatschappelijk ondernemerschapPodcasts

De cruciale strategische rol van het MBO – Interview

Met Staf Depla, oa vz Raad voor Energie en Doekle Terpstra, oa ex-vz Techniek Nederland

Hoe zorgen we ervoor dat beroepsonderwijs, bedrijven en overheden samen optrekken om economie van morgen mogelijk te maken?
Op 21 mei ging Steven de Waal, voorzitter van denktank Public SPACE Foundation en voorzitter Raad van Toezicht van ROC Midden Nederland, op New Business Radio onder leiding van Ron Lemmens hierover in gesprek met Staf Depla o.a. voorzitter Raad voor Energie en Doekle Terpstra o.a. aanjager van het Nationaal Energiepact 2020 en oud-voorzitter van Techniek Nederland.

Het Middelbaar Beroeps Onderwijs (MBO) heeft een cruciale strategische rol in een sterk veranderende economische en technische omgeving van vakmensen door de vele lopende (en stagnerende) transformaties en de opkomst van veel bewegingen van onderop, vanuit burgers en bedrijven.

Nieuwe technologie en stagnerende oude infrastructuur, vormen de toekomst voor vakmensen die het MBO opleidt!

Die ontwikkeling heeft een technologische oorzaak. Nieuwe technologie maakt veel kleinschaliger en veel communicatiever en dus organiserend gedrag mogelijk van burgers en bedrijven. Op die technologische ontwikkeling hebben bestuurders in die grootschalige en ouderwetse aanbodinfrastructuur, zoals in energie en zorg, niet tijdig en strategisch genoeg geanticipeerd. En dus zitten we nu met een stagnerende ontwikkeling en tegelijk een enorm daarop vooruitlopende behoefte aan meedoen bij burgers en bedrijven, omdat zij die nieuwe technologie omarmen en laten zien wat deze kan. In de oude aanbodgedachte heet dat stagnatie, wat alleen maar verbloemt dat ze het dus niet tijdig hebben zien aankomen. Beide ontwikkelingen – nieuwe kleinschalige technologie en stagnerende oude infrastructuur – vormen de toekomst voor de vakmensen die het MBO opleidt!

Zet in op regionale innovatieve ecosystemen

Beide gasten in dit gesprek benadrukten vooral de grote transities die gaande zijn door de bouw van nieuwe regionale ecosystemen rond innovatieve industrie. Onderliggend gaat het erom als land voorop te lopen in innovatieve ontwikkelingen en daardoor ook te werken aan meer strategische autonomie, waar inmiddels heel Europa op aandringt.

Staf Depla schetst dat vanuit ervaringen met zijn regie rond het al langer bestaande en nu succesvolle Brainport Eindhoven, Doekle Terpstra als trekker van de (meer beginnende) regionale samenwerking rond de Metropool Regio Rotterdam Den Haag (MRDH). Speerpunten zijn bij beide voorbeelden het binnenhalen en laten groeien van nieuw talent, concentratie van de bestaande industrie met vooral ook de start-ups en scale-ups en dus ook van sociale verbindingen en campussen e.d. Zichtbaar en goed technisch onderwijs, van MBO tot universiteit, is daarin van cruciaal belang, zoals we ook weten uit Silicon Valley.

Die betrokkenheid bij deze belangrijke regionale economische ontwikkelingen, met grote effecten op onderwijs, infrastructuur, energievoorzieningen en huisvesting, leidde tot vele leerzame inzichten. De kern van het gesprek: zonder een modern, innovatief en regionaal ingebed MBO verliest Nederland die internationale concurrentiestrijd. De nieuwe economische dynamiek ontstaat namelijk niet meer primair vanuit Den Haag, maar vanuit krachtige regionale ecosystemen zoals Brainport Eindhoven en de MRDH-regio Rotterdam-Den Haag. Daar werken bedrijven, start-ups, publieke instellingen en onderwijs samen aan nieuwe industriepolitiek van onderop. Het MBO is daarin strategisch onmisbaar.

Het Haagse denken over het MBO is achterhaald en remt af

Het interview legt daarmee pijnlijk bloot hoe achterhaald het Haagse denken over het MBO nog steeds is. Terwijl Nederland verwikkeld is geraakt in deze geopolitieke en economische strijd om technologie, energie, industrie en strategische autonomie op deze terreinen, behandelt de nationale politiek het MBO nog te vaak als een standaard publieke onderwijsvoorziening in plaats van als een cruciaal onderdeel van de economische, innovatieve infrastructuur. Het serieus nemen van de cruciale rol van het MBO in de nationale strategie verandert ook de mening van ouders als hun jeugd voor het MBO wil kiezen en verhoogt de aantrekkelijkheid en status van het MBO!

Tegelijk werd in dit gesprek duidelijk dat het huidige publieke bestel deze ontwikkeling eerder afremt dan versnelt. Publieke bekostiging alleen is te traag, te bureaucratisch en te zuinig om beroepsonderwijs technologisch echt bij deze tijd te houden. Daardoor dreigt een gevaarlijke kloof: studenten worden opgeleid voor technieken en beroepen die al achterhaald zijn zodra zij de arbeidsmarkt betreden. De oplossing ligt volgens de gesprekspartners in veel intensievere publiek-private samenwerking, met ruimte voor maatschappelijke ondernemingen en hybride vormen van onderwijs en werkgeverschap.

Daarop heeft Public SPACE in veel debatten over zijn concept van de ‘maatschappelijke onderneming‘ indertijd ook aangedrongen: het toelaten van publiek-private samenwerking en dus ook private inkomsten (met dan wel een sterke bewaking van de overall non-profit doelstelling bovenin) als manier om deze vorm van publieke dienstverlening innovatief, concurrerend en aantrekkelijk te houden, juist ook op de arbeidsmarkt voor de professionals die je daarvoor nodig hebt!

Dit debat raakt daarmee aan een veel grotere politieke kwestie: de botsing tussen oude nationale sturingsmodellen en een nieuwe economie die regionaal, technologisch, netwerkachtig en maatschappelijk georganiseerd raakt. Niet Den Haag alleen bepaalt de toekomst van vakmanschap, maar ecosystemen van bedrijven, burgers, maatschappelijke ondernemingen en regionale coalities.

Het interview eindigde met adviezen aan het kabinet voor maatregelen rond het MBO:

  1. Zorg voor innovatieve kwaliteit van het MBO, waar studenten ook leren wat de nieuwste en nog aankomende technieken zijn die op dat moment in het voorop lopende bedrijfsleven en publieke werkgevers al gangbaar worden. Daarvoor zal veel meer ook publiek-private samenwerking nodig zijn met dat bedrijfsleven, omdat deze kennis in het onderwijs ontbreekt, maar ook omdat de noodzakelijke investeringen als ze alleen uit publieke bekostiging moeten komen daarop achter zullen lopen. Dan is het gevaar aanwezig dat studenten worden opgeleid in achterhaalde technieken. Volgens de gasten in het interview zijn die bereidheid en dat inzicht in het bedrijfsleven groot en moet de nationale overheid voor deze serieuze en wederzijds committerende publiek-private samenwerking, binnen randvoorwaarden, meer ruimte bieden. Datzelfde speelt bij publieke werkgevers: ook dat zijn vaak private (non-profit) partijen die maatschappelijk ondernemend voorop lopen (zie ons concept van de ‘maatschappelijke onderneming’ uit 2000)
  2. Maak zowel het onderwijsaanbod als de docentenpopulatie flexibeler en innovatiever om deze ontwikkelingen te kunnen bijhouden. We mogen geen beroepsonderwijs hebben dat zich richt op de beroepen van jaren geleden. Het onderwijsaanbod moet inspelen op de behoefte aan een Leven Lang Leren, zodat ook de bestaande werknemers deze nieuwe technologische ontwikkelingen kunnen leren en meemaken. Tevens is het het mooist als docenten zelf meer ‘hybride’ zijn, ten dele nog met de poten in het echte werk staan en niet alleen onderwijs geven. Juist dan zien ook docenten waar het heen gaat met het vak, welke technieken de toekomst hebben en dus in het onderwijs moeten worden opgenomen.
  3. Er moet meer aandacht komen, ook in het MBO, voor de verandering van context van vakmensen en techniek in het algemeen. De context van technisch en professioneel handelen verandert fundamenteel. Door technologische ontwikkelingen, door de enorme vraag naar vakmensen, door de behoefte aan Leven Lang Leren en door de veranderende opdrachtgeversstructuur. Goede vakmensen moeten leren en getraind worden in een andere context, zoals die van stagnerende transities, van toenemend samenwerken tussen heel diverse partijen, en van inspelen op burgerinitiatieven en bedrijfsinitiatieven in die technologische transities.

Zware verantwoordelijkheid voor politiek en MBO zelf

Dit interview past in een reeks: eerder hadden we een interview over het MBO, uitgezonden op 19 maart, met Johan Spronk, voorzitter ROC Midden Nederland (waar Steven de Waal al enige jaren voorzitter Raad van Toezicht is) en Dennis de Vries, op dat moment wethouder Utrecht met MBO in portefeuille. Dat interview ging vooral over de kwestie hoe het Middelbaar Beroeps Onderwijs er in imago, kwaliteit en waardering bij staat en wat het MBO daar nu zelf al aan doet.

Omdat het gesprek met Staf Depla en Doekle Terpstra sterk inspeelde op de lopende economische en regionale uitdagingen en de grote internationale concurrentie op dat vlak, toonde het juist aan hoe strategisch belangrijk voor de Nederlandse economie het MBO is geworden. De volgende slag voor datzelfde MBO dient zich dus nu aan, namelijk het inspelen op en aanpassen aan deze nieuwe strategische rol.

De politieke consequentie is groot: wie het MBO serieus versterkt, investeert niet alleen in onderwijs, maar in nationale verdienkracht, technologische innovatie, energietransitie en strategische autonomie. Maar precies daardoor stijgen ook de verwachtingen. Het MBO wil al jaren meer erkenning en status — en nu die komt, krijgt het dus ook de zware verantwoordelijkheid om de economische transities van Nederland daadwerkelijk mogelijk te maken.

De uitzending is o.a. op Springcast te beluisteren als podcast.
Lees hier het bericht over de uitzending op de website van New Business Radio.

Related Articles

Back to top button