Disruptief burgerschap

Bestuurlijke Reflectie op Tomorrow’s Society

Over burgerschap in de boardroom en disruptie van de democratie

Op 15 juni mocht onze voorzitter, dr. Steven P.M. de Waal, de keynote verzorgen bij een bestuurlijke topconferentie ‘Tomorrow’s Society’ van EY Society. Op de fraaie locatie van Museum Voorlinden, temidden van de net ingerichte tentoonstelling van Antony Gormley.

Corporate citizenship

De tijden zijn aan het kantelen: we gaan van maatschappelijk verantwoord ondernemen naar ‘corporate citizenship’, het bedrijf als goed burger en dus mede betrokken op en verantwoordelijk voor de kwaliteit van de samenleving (zie voor de uitleg van beide begrippen: De Waal, 2000). Qua bestuurscultuur en waarden en normen gaat dit dus naar wat in zijn proefschrift ‘The Value(s) of Civil Leaders’ heette: ‘citizenship in the boardroom’. Dit was daar ook ter onderscheid van het flauwe en veilige standpunt, dat vooral in politieke kringen populair is, om ‘actieve burgers’ vooral neer te zetten als filantropen, vrijwilligers of actief in buurten en wijken. De Waal haalde overigens ook het voorbeeld aan van Mark Zuckerberg van Facebook die even veilig en flauw zichzelf eerst als filantroop neerzette om zijn goede inborst te tonen. Dat heeft hem qua gezag ook niet veel geholpen als verweer tegen de brede oproep om meer maatschappelijke verantwoordelijkheid te tonen met censuur op Facebook. Dat is wat je vaak als eerste ziet in reactie op een nieuwe macht: de zittende machthebbers proberen er retorisch en verbaal op in te spelen, maar zonder hun positie of gedrag te veranderen (en op het moment dat ze nog menen dat dat goed genoeg is).

In zijn bijdrage begon hij dus eerst over het feit dat diezelfde beweging zou moeten gaan inhouden dat EY Society de nieuwe allesoverkoepelende slogan van heel EY zou worden.

Nieuwe macht van burgers

Daarna ging hij in op de nieuwe disruptieve macht van burgers door de nieuwe ICT- en mediatechnologie (’the disruptive power of citizens’, De Waal, Amazon 2018). Het goede nieuws bleek bij de reactie hierop van de secretaris-generaal van SoZaWe, Loes Mulder, die haar minister verving, dat zij meende dat het departement daar in beleid, communicatie en cultuur al volop rekening mee hield. Jammer genoeg hoorden we in die reactie daar verder geen voorbeelden van of de noodzakelijk onderliggende afwegingen en strijdpunten. Velen meldden dan ook na afloop dat ze nog helemaal niet die indruk hadden van een verandering in output en gedrag van het departement. Maar alleen al deze ‘awareness’ van een topambtenaar is natuurlijk een goede eerste stap.

In de discussie kwam ook langs dat in onze ogen de aandacht voor burgers en burgerperspectief zeker in theoretische en retorische zin groeiende is, wat ook een normale te verwachten politieke reflex is op een groeiende macht. In zijn discussiereactie refereerde De Waal aan de recente Eerste Herman Tjeenk Willink lezing (die gaat over zaken als ‘maatschappelijke democratie’ en de verbinding tussen democratie en burgers) en het recente essay van Kim Putters, ‘De menselijke Staat’. De volgende stap die overal nog gezet moet worden, is die naar daadwerkelijke verandering van beleid, het aangaan van volwassen partnerships met burgerbewegingen en maatschappelijk leiderschap. Die slag zal dus komen na de huidige fase van analytisch herkennen en de nieuwe macht proberen ‘mee te nemen’.

Disruptie van de democratie

De Waal haalde aan dat hij in zijn boek heeft geanalyseerd dat de eerste disruptieve stap dor de nieuwe macht van burgers in een democratie zal zijn het onderuit halen van de personele recrutering en selectie door politieke partijen. Dit is in Nederland een uiterst belangrijke, maar goed verborgen taak van politieke partijen, waar ook geen enkele officiële democratie (wel soms partijdemocratie, zoals bij de PvdA) aan te pas komt. Politieke partijen gaan hierin toenemend direct volgen wat er op nieuwe media wordt aangereikt en overduidelijk daar ook grote aanhang heeft (dat is immers meetbaar op internet fora). Voorbeelden in het boek zijn onder andere de Republikeinen die de (eerste) kandidatuur van Donald Trump moesten accepteren, maar ook zoals Zelensky president van Oekraïne is geworden. Ook de Nederlandse politiek krijgt dat nu door. De Waal noemde als duidelijkste voorbeeld van het overnemen van deze strategische inschatting de actie van Sigrid Kaag als politiek leider van D66 met haar voordracht van Ernst Kuipers en Robbert Dijkgraaff als ministers, zonder dat ze op dat moment zelfs D66 lid waren. Dit deed ze dus buiten alle interne circuitjes (want die zijn machtig door het gebrek aan echte democratie) van de ‘voorgesorteerde’ ‘kandidaat’- bewindspersonen om en die waren dus ook laaiend!

Leiderschap moet schuren

Bij leiderschap benadrukte De Waal vooral dat ‘leiderschap moet schuren’. Als iedereen het met je eens is en je geweldig bezig vindt, vertoon je waarschijnlijk nog weinig leiderschap. Reuring, opstand, zelfs weerzin horen bij leiderschap, zoals ook bleek bij een groot aantal maatschappelijk leiders uit zijn proefschrift (De Waal, 2014).

Mooi voorbeeld hiervan kwam na zijn keynote in het interview met Pier Eringa, nu lid van de Raad van Bestuur van Reinier Haga Groep (het grootste consortium van niet-academische ziekenhuizen), maar diens praktijkvoorbeelden kwamen vooral uit zijn voormalige rol van president-directeur van ProRail. Eringa legde ook een fraaie koppeling naar de relevantie van waarden: hij zei dat als hij zijn gedrag en opstelling niet kon uitleggen aan zijn bejaarde ouders, dat hij dan wist dat hij fout bezig was en in ieder geval niet de juiste toegevoegde waarde leverde!

Al met al een mooi thema in een fraai gezelschap op een inspirerende locatie. Hopelijk veel inspiratie voor zittende bestuurders in de publieke sector!

 

Related Articles

Back to top button