Burgemeesters tonen persoonlijk leiderschap

Corona aanpak komt dichter bij wat burgers en bedrijven echt bezighoudt

De dreiging van het virus nadert een nieuwe fase. De Omikron variant blijkt besmettelijker, maar tegelijk minder ziekmakend. De burgemeesters hebben die nieuwe fase aangegrepen om nieuw publiek leiderschap te tonen. Daarmee markeren ze voor het eerst in de pandemie dat zij dichter bij burgers en bedrijven en bij de sociale en economische werkelijkheid staan dan de nationale overheid.

Dit nieuwe leiderschap van sommige burgemeesters houdt in:

  • Hun publieke macht en gezag gebruiken om in het openbaar tegen het kabinet in te gaan.
  • Daarmee ook openlijk op de frontlinie gaan staan tussen kabinet en protest vanuit hun lokale gemeenschappen en niet langer alleen verdedigend en vergoeilijkend aan de kant van het kabinet.
  • De feiten en observaties uit hun lokale werkelijkheid niet langer alleen benoemen en verbaal inbrengen, maar er ook naar handelen en ze daarmee veel serieuzer nemen en maken.
  • Hun bevoegdheden niet langer alleen formeel uitoefenen, maar in praktische wijsheid: wat is in deze concrete omstandigheden het beste om te doen?

Bij dit publiek leiderschap horen kenmerken die feilloos terug te zien zijn.

Leiderschap is persoonlijk

Leiderschap is natuurlijk en persoonlijk gezag dat voortkomt uit persoonlijke motivatie en optreden. Dat is hier goed zichtbaar. De ene burgemeester durft en doet het wel, de andere niet. Het is daarbinnen alleen maar politiek slim om de centrale macht uit te dagen door dat met meer burgemeesters samen te doen. Zo hebben de burgemeesters van de grote steden samen een advertentie met een oproep aan het kabinet geplaatst. De burgemeesters met een betaald voetbal club en stadion in de gemeente zijn zich nu ook samen publiekelijk aan het roeren.

We hebben de burgemeester van Valkenburg, Daan Prevoo, gezien die openlijk de straat op ging om de horeca te steunen in allerlei creatieve protesten. We hebben de burgemeester van Oude IJsselstreek, Otwin van Dijk, gezien die zelfs in NRC door zijn bewoners een ‘burgemeester met ballen’ werd genoemd, omdat hij ze opriep tot creatief en vreedzaam protest, zowel horeca als winkels. Belangrijke voorlieden van bovengenoemde algemene protesten waren Sharon Dijksma, burgemeester van Utrecht en Paul Depla, burgemeester van Breda. Hun stijl en optreden waren meer klassiek door in klassieke media een verbale oproep te doen en hun zaak te promoten.

Voor de Nederlandse bestuurlijke cultuur is echter juist dat persoonlijke een groot probleem. Men is gewend aan (de schijn van) bureaucratische eenvormigheid en dat uniforme regels en afspraken bijna heilig zijn, ook rond politiek-bestuurlijke posities. Het publiek en ouderwetse opiniemakers zijn aan deze cultuur dus ook gewend: bureaucratie moet domineren, regels geven zekerheid en voorspelbaarheid, vanuit de illusie dat regels boven politieke macht gaan. Door deze onbewuste culturele gewenning, merkt men dus bij deze meer persoonlijke uitoefening ineens de werkelijke macht van dit soort functies.

Nederlandse paradox rond leiderschap

Dit toont de paradox rond leiderschap in Nederland. Er wordt veel geklaagd over en geroepen om ‘leiderschap‘, maar vervolgens blijkt men er persoonlijk vaak niet van gediend. Dat heeft twee grote culturele redenen: men is niet gewend aan een persoonlijke invulling van de uitoefening van de macht en men is niet gewend aan de uitoefening van blote macht, dat juist zichtbaar wordt bij een persoonlijke invulling. De weerstand wordt vaak verpakt in het naar beneden halen van de persoon van de leider: ‘Wie denkt de burgemeester wel dat hij/zij is?’, inclusief het twijfelen aan de ‘goede’ persoonlijke motieven, zoals ‘De burgemeester wil zich alleen profileren voor de eigen politieke carrière’.  Allemaal manieren om onder de impact van leiderschap, gekoppeld aan een functie met macht, uit te komen.

In dat ‘gat van publiek gezag’ stapt nu – terecht – een aantal burgemeesters.

Leiderschap heeft een urgente reden nodig

De hele pandemie is al te zien dat de rijksoverheid erg moet wennen aan het feit dat burgers niet dom zijn. De moderne mediatechnologie geeft ze vergelijkingsinformatie, inzichten in kennis over het virus en wereldwijd vergelijkingsmateriaal over de meest effectieve maatregelen van diverse overheden en de WHO. De meerderheid van de mensen weet nu wat er actueel wereldwijd aan de hand is. Men kan in ‘real time’ de zich ontwikkelende internationale intelligentie in de aanpak van dit virus volgen en dus ook voortdurend benchmarken hoe intelligent de Nederlandse aanpak is. Veel mensen zagen deze variant van het virus dan ook al lang aankomen, al vanaf de zichtbaarheid in Zuid Afrika en zagen de overheidsmaatregelen daartegen over de wereld trekken. Ze zagen dus ook dat de ‘experts’ in het OMT en de verantwoordelijke politieke bestuurders, te laat zijn en er vaak wispelturig en draaierig achteraan hobbelen. Vroeger werd dat nog besmuikt en half trots gebracht als ‘Nederlandse eigenwijsheid’, nu is het alleen maar dommigheid in zeer moeilijke omstandigheden. Door deze combinatie van wereldwijde inzichten en informatie en gebrek aan leiderschap van de nationale overheid, werden protest, onrust en ongemak bij burgers alleen maar groter. In dat ‘gat van publiek gezag’ stapt nu – terecht – een aantal burgemeesters.

Leiderschap wordt gedefinieerd door spontane volgers, niet door officiële functie of formele macht

De burgemeesters hebben dus feilloos gezien dat de moderne publieke arena met de #permanentpublicgrandstand[1] leidt tot een voortdurende #battleforpublicauthority[2]. Alleen macht of formele positie zijn niet meer genoeg, voor leiderschap is gezag nodig. Daar moet iedereen met een formele, bestuurlijke positie natuurlijk enorm aan wennen: het spontane gezag moet nog steeds permanent veroverd worden, ook al ben je benoemd in deze belangrijke functie. Dat gezag was nationaal verdwenen.

In het begin van de pandemie leken de nationale politieke bestuurders deze nieuwe opinie-macht van burgers nog een beetje te beseffen. Ze hadden het over ‘dashboards’ en ‘fieldlabs’. Daarin zat de poging om de mensen zelf vanuit hun perspectief de informatie in handen te geven om ter plekke en actueel te kunnen beoordelen wat er echt aan de hand is en vooral hoe ze daar in hun eigen gedrag rekening mee konden houden. In plaats daarvan kwam al snel het obligate ‘We doen dit samen’. Dit is in Nederland uitsluitend paternalistisch[3] bedoeld: ‘Jullie moeten wel braaf naar ons luisteren’ en dus vooral niet zelf gaan nadenken of oordelen en bijsturen. Dit is dus precies het omgekeerde van wat modern bestuur met moderne, welingelichte burgers moet inhouden.

Werkelijk gedrag stuurt

Mensen zien aan je gedrag of jij als bestuurder meent wat je zegt. Zo lang dat gedrag braaf is, is dat dus ook duidelijk en niet gevaarlijk, noch voor de burgemeester zelf, noch voor de bestuurlijke circuits. Zo lang het alleen een verbale opstelling of oproep is, is ook duidelijk dat je nog geen persoonlijk lef of inzet vertoont (al loop je daarmee wat meer persoonlijk risico op je gezag en reputatie). Pas bij risicovol gedrag en afwijkende besluiten, die aansluiten op een andere, levende, sociale werkelijkheid, zoals hier bij het switchen van positie in de maatschappelijke frontlinies, gelooft men dat je je veilige formele plekje verlaat en leiderschap vertoont. Dan komen dan ook de oude weerstanden tot volle wasdom. Het vergt juist voortzetting van dat leiderschap om daarin geloofwaardig en gezaghebbend te worden. Zoals de premier of minister die ‘not amused’ is, soms ook publiekelijk, vaak zeker in de binnenkamertjes. De ‘experts’ die claimen dat ook burgemeesters geen verstand van virussen hebben. De publieke opinie die nu de eerdere brave opstelling verwijt en openlijk twijfelt aan de persoonlijke motieven.

Het persoonlijke wordt politiek

Dit persoonlijke optreden gevoegd ook bij enig persoonlijke risico maakt ze nu, ook persoonlijk, natuurlijk kwetsbaarder voor de meer politieke vragen. Waarom niet ook cultuur of fitness clubs steunen in hun protest? Wat is blijkbaar de politieke of persoonlijke afweging om het ene protest wel te steunen en het andere niet? Of is toch uiteindelijk de enige grond onder deze moedige opstandigheid tegen het rijk de eigen angst voor moeilijke handhaving, die immers moeilijker en fysieker is bij betaald voetbal en horeca dan bij cultuur?

Conclusie

Dit nieuwe leiderschap van de burgemeesters lijkt op het goede moment en in de goede omstandigheden te komen. Het zal de respons van ons land tegen het virus verbeteren. Hopelijk zal het burgers en bedrijven geruststellen over de aanpak en de bestuurlijke competenties om de crisis aan te pakken. Het leert ieder van ons ook hoe nieuw publiek leiderschap eruit kan en moet zien.

 

[1] De Waal ‘Civil leadership as the Future of Leadership’, Amazon 2018

[2] Zie video

[3] De Waal 2015 ‘Burgerkracht met Burgermacht. Het einde van de maatschappelijke onderneming en het polderpaternalisme’ Boom 2015

Related Articles

Back to top button