Maatschappelijk leiderschap

Denktank Jeugdsprong: De Oogst

Private Denktanks: voorbij polderen naar strategisch nadenken

Denktank Jeugdsprong heeft op 17 mei j.l. haar manifest gelanceerd, tevens een advies aan de politiek, zowel lokaal als landelijk, over haar visie op de fundamentele en urgente aanpak van de Nederlandse jeugdzorg. Het werd direct na afloop van de digitale meeting per motorbrigade naar de informateur in Den Haag gebracht. Het was voor Public Space een fraai vervolg op de twee essays die we in 2009 en 2010 hebben geschreven, de eerste over Jeugdgezondheidszorg, de tweede over Decentralisatie Jeugdzorg.

Hoofdboodschappen Manifest

De Denktank heeft nu een evaluatieve afsluitende meeting gehad. Het advies- en denkwerk is klaar en de eerste publieke reuring, aandacht en urgentie, met ook veel steun en waardering uit de sector zelf, is gecreëerd. Maar als private denktank heb je meer doelen, die in het geval van Jeugdsprong nog niet gehaald zijn.

Stand van zaken als Denktank

Denktanks hebben een specifieke functie in het publieke en politieke debat en hebben dus bepaalde doelen. Hoe ver staat Jeugdsprong daar nu in? Deze doelen zijn:

A. Een toonaangevend, inspirerend en onafhankelijk advies uitbrengen, gebaseerd op veel dialoog met omgeving, experts en via moderne media (thinking in public);

B. Door die hoopvolle, inspirerende visie en netwerkaanpak een beweging op gang brengen en die zo nodig ondersteunen met deelplannen, verdere ideeën en verdere dialoog (thinking in action);

C. Op veel plaatsen die visie verder uitleggen, uitdragen en daarmee dus ook levend en in ontwikkeling houden (thinking in development).

Daarvan is doel A nu bereikt. Resteren dus verdere activiteiten gericht op de doelen B en C. Hoe dat zal lopen en of daar behoefte aan is, moet blijken. Jeugdsprong is daarvoor uiteraard beschikbaar, de eerste signalen van deze vraag aan ons zijn zichtbaar.

Nederland mist de aanpak en inbreng van Denktanks

Als eerste private denktank in Nederland (sinds 2002), heeft Public Space al eerder en vaker gewezen (zie o.a. onze bijdrage aan de Dag van de Denktanks in 2016) op het belang van private denktanks. Het is nu eenmaal een fenomeen dat vrijwel alle Angelsaksische landen over de hele wereld kennen en dat dus opvallend genoeg hier ontbreekt, waarschijnlijk weggedrukt door een te groot geloof in staatsadviesorganen en -commissies.

In onze wereldwijde lezingentour over het laatste boek van dr. Steven P.M. de Waal in 2019 hebben we dan ook nauw samengewerkt met en lezingen gegeven via dergelijke denktanks in o.a. Nieuw Zeeland, Canada en USA. We beschouwen dit als onze ‘collega’s’. De meerwaarde in het publieke en politieke debat zit vooral in het open en onbevangen nadenken en communiceren over belangrijke vraagstukken vanuit een duidelijke maatschappelijke missie en gericht op de doelen zoals hiervoor aangegeven.

Nederland mist deze intelligente bijdragen aan het debat door – ook bij spannende, moeilijke en strategische vraagstukken – te gemakkelijk te leunen op staatscommissies en staatsadviesorganen of poldercommissies, eerder dan op dit type werkelijk onafhankelijk en strategisch nadenken. Er is nu eenmaal een groot verschil tussen enerzijds de noodzakelijke creativiteit en strategische intelligentie over een onzekere toekomst en anderzijds het onderhandelen over en uitruilen van vooringenomen of belangengebonden standpunten, de kern van polderen.

Fouten in bestuurscultuur Nederland: ‘Polderpaternalisme’ (2015) en ‘Verhakseling’ (2007)

Geen misverstand hierover: ook in onze analyse heeft polderen Nederland ver gebracht. Wij hebben bij ‘polderen’ grote waardering voor het tijdig onderkennen van grote verschillen in belangen en dus meningen en vooral voor het vervolgens, ook tijdig, komen tot overeenstemming of compromis inzake de (toch) noodzakelijke acties en maatregelen. Onze kritiek op deze ingesleten gewoonte van (te veel) polderen gaat enerzijds over het totale gebrek aan democratie en dus ook toenemend gebrek aan publiek gezag, samengevat onder onze typering polderpaternalisme (De Waal 2015). Anderzijds is onze voornaamste kritiek het gebrek aan creatief, open en dus werkelijk strategisch denken. Dat laatste breekt Nederland nu op bij de grote vraagstukken van deze moderne tijd, zoals de invloed van de nieuwe digitale technologieën (door ons ’the disruptive power of citizens‘ genoemd), maar zeker ook de klimaatkwestie, de noodzakelijke transformatie van energie, de groeiende tweedeling in de samenleving, de revoluties in de internationale wereldorde en nog zo wat grote nieuwe vraagstukken. En dus ook de jeugdzorg. De toekomst in dat soort vraagstukken is zeer ongewis, bestaande inschattingen zijn niet veel anders dan ‘best guesses’ en zelfs de bestaande indelingen waarop bestaande partijen worden uitgenodigd voor dit ‘polderen’ zullen waarschijnlijk over enige jaren compleet achterhaald zijn. Goed nadenken is wat anders dan goed onderhandelen.

We hebben dit na de lancering van ons manifest in 2007 getypeerd als ‘verhakseling‘: de Nederlandse bestuurscultuur brengt, vanwege deze neiging tot polderen, vraagstukken die groot en majeur zijn het liefst terug tot kleine, behapbare zaakjes in stapjes. Terwijl je over grote vraagstukken ook groot en strategisch moet nadenken en de stappen daarna waarschijnlijk dus ook groot zullen zijn, maar dat kan dan omdat je een perspectief geeft dat dat uitlegt en verklaart.

De verkeerde partijen vanuit de verkeerde, achteruit kijkende en conservatieve belangen denken dus op verkeerde momenten mee over belangrijke nationale en publieke vraagstukken! Het laatste wat dit gepolder oplevert is de noodzakelijke nieuwe inzichten en nieuwe visies op de onzekere of bedreigende toekomst. Strategisch denken is nu eenmaal wat anders dan onderhandelen vanuit huidige en verkokerde belangen. Dat gold ook voor de jeugdzorg, vandaar ook de keuze voor oprichting van de denktank Jeugdsprong!

Meerwaarde van Denktank Jeugdsprong t.o.v. het eerdere gepolder

Geheel conform deze analyse van een verkeerde en in ieder geval te routineuze Nederlandse bestuurs- en debatcultuur, waar juist privaat onafhankelijk en creatief strategisch nadenken van denktanks dus in ontbreekt, heeft Denktank Jeugdsprong weer veel opnieuw bevestigd:

1. Er ontbrak een integrale en samenhangende analyse van de problemen in de jeugdzorg. Iedereen droeg vooral problemen en dus aanpakken aan vanuit het eigen deelbelang of deelperspectief.

2. Daardoor ontbrak ook een inspirerende integrale visie, waardoor met name de echte probleemhebbers, de cliënten en de zorgprofessionals, zich niet gehoord, laat staan geholpen voelden. Er werd hen geen perspectief geboden vanuit de door hen ervaren werkelijke problemen.

3. Dit ontbreken van een geloofwaardig en hoopgevend toekomstperspectief voor de aanpak van de zware en structureel samenhangende problemen in de jeugdzorg leidde dus ook tot jarenlang ontkennen van die problemen. Dit is een volgorde die kenners van veranderingsprocessen begrijpen: zonder geloofwaardig perspectief geen eerlijke en publieke probleemerkenning. Waarom zou je grote problemen toegeven, die jij dus ook blijkbaar niet aan kan, als je daarna niet weet in welke richting ze zullen worden aangepakt en vooral wat jij daar dan in moet en mag doen?

4. Als speciale denktank voor deze problematiek kon Jeugdsprong kiezen voor een passende samenstelling, waarin dit perspectief vanuit de echte probleemhebbers direct ingebakken kon worden. Alle deelnemers beseften natuurlijk dat van hen wel maatschappelijk leiderschap werd gevraagd: als je werkelijk innovatieve en spannende zaken wil aanbevelen, zijn er natuurlijk altijd mensen in posities tegen, ook collega’s, ook bevriende partijen.

Deze passende samenstelling is een groot voordeel boven polder- of staatscommissies. Deze werken vaak met vertegenwoordigers van vaste belangen of zelfs met ‘last en ruggespraak’ en in ieder geval zijn het veelal de usual suspects. Met het gevaar dat dit juist degenen zijn die aan de problemen hebben bijgedragen of minstens jarenlang aan de kant hebben gestaan. De initiatoren van Jeugdsprong, FNV en Stichting Beroepseer, hebben de afgelopen jaren juist steeds dat perspectief ‘van onderop’, vanuit ‘de werkvloer’ verdedigd en dus kon dat ook goed worden georganiseerd in Jeugdsprong.

5. Denktanks hebben niet alleen een rol in steeds perfectere, liefst academisch verantwoorde analyses, maar in een denken en adviseren dat ook leidt tot passende acties. Ook dat perspectief past veel beter bij een open, in publieke dialoog en debat opererende denktank dan een klassieke adviescommissie die vooral broedt op een perfect, maar papieren rapport. In Nederland gaat de dialoog en intellectuele zoektocht van zo’n commissie vaak dus juist niet zitten in publiek debat en openlijke speurtocht naar de beste richting, maar vooral in het achter de schermen testen wat ‘de politiek’ ervan zal vinden. Ook hier is het aangeleerde poldergedrag dominant: niet het publieke telt, maar het beslotene. De pretentie naar buiten is dat het onafhankelijk is uitgezocht, maar ondertussen zijn de voornaamste richting en conclusies volledig afgestemd met degene die het – daarna – in het publiek ‘verbaasd en dankbaar’ in ontvangst neemt.

6. Tenslotte kan juist een denktank ook analyseren waar het in gegroeid gedrag, bestaande routines van besturen/organiseren en ‘normale’ verhoudingen fout zit of fout gaat. Dat is voor veel ‘officiële’ commissies met een formele rol en samenstelling natuurlijk vaak te persoonlijk en te dichtbij en de ‘bewijslast’ ligt hier moeilijker dan in abstract, academisch getint onderzoek. Dus zie je vooral veel abstracte, schijn-rationele probleemanalyses en stelsel- en structuur gerelateerde aanbevelingen van dit type commissies, en vaak geen oproep tot ander leiderschap of andere houding. Die beperking in blikveld hebben denktanks niet, open en eerlijk adresseren ze ook verkeerd bestuurlijk gedrag. In het geval van de jeugdzorg gaat het dan o.a. om verkeerde bureaucratie bij aanbesteding en verkeerde organisatievormen voor professionals.

Conclusie: nu verder met verbetering van de zorg voor jeugd

De Denktank Jeugdsprong heeft opnieuw de grote waarde en meerwaarde van onafhankelijke denktanks in Nederland bewezen. Ons werk is belangrijk geweest voor het bieden van een integraal en hoopgevend perspectief, het erkend krijgen van de grote en samenhangende problemen met het huidig stelsel en gedrag van bestuurlijk verantwoordelijken en voor een hoopvolle richting van aanpak. Het is nu aan politiek en bestuur om te zorgen dat de jeugdzorg verbetert en dus jongeren en gezinnen veel beter worden geholpen.

Lees meer in dit artikel van Steven de Waal in de Nieuwsbrief Zorg & Innovatie

Related Articles

Back to top button